Home » Blog » Blockchain wordt een goudmijn voor juristen

Een van de belangrijkste beloftes van blockchain is dat er in veel processen geen ‘trusted third party’ meer nodig is. Geen bank, accountant, notaris of advocaat die door alle partijen vertrouwd wordt — de technologie neemt die rol over. “Zoals het internet de toegang tot informatie heeft gedemocratiseerd, zo democratiseert Blockchain de toegang tot de waarheid,” zegt ontwikkelaar Peter Todd. De blockchain zorgt ervoor dat transacties altijd vertrouwd kunnen worden. “Er is als het ware bij elke transactie een notaris aanwezig.” En in het verlengde van die blockchain worden aanvullende diensten gebouwd: smart contracts, bijvoorbeeld, die ervoor gaan zorgen dat allerlei beslissingen automatisch genomen gaan worden, zonder dat er een notaris, advocaat of rechter aan te pas komt.

Is blockchaintechnologie daarmee een reden voor juristen om zich zorgen te maken over hun werkgelegenheid? Nee, integendeel zelfs. Er ligt een goudmijn aan werk te wachten op juristen die bereid zijn zich in het onderwerp te verdiepen. Kijk maar.

Om te beginnen is het, wanneer je een blockchain-toepassing start, nogal belangrijk wat je precies vastlegt. Wat eenmaal vastligt in de blockchain is immers niet te wijzigen, behalve door een transactie. Er is geen centrale partij, geen gegevensbeheerder, geen autoriteit waar je heen kunt gaan met je klacht of claim en die vervolgens de gegevens kan corrigeren. Neem bijvoorbeeld het kadaster. Georgië en Honduras hebben aangekondigd een blockchain te gaan gebruiken voor hun landregistratie, en ook in Ghana loopt een experiment. Maar aanspraken op grond zijn in al deze landen vaak niet onomstreden. En als het eenmaal vastligt, dan heeft in een echte blockchain niemand meer de bevoegdheid om de registratie te wijzigen. Veel werk voor juristen dus om claims te onderbouwen of juist te bevechten voordat ze voor eeuwig worden vastgelegd.

Eigenlijk is dit probleem nog een stuk breder. Het bestaat overal waar de blockchain titels bevat die iets representeren wat buiten de blockchain bestaat. Dat is een ingewikkelde zin, laat me proberen het uit te leggen. De bitcoin-blockchain registreert het eigendom van bitcoins. Bitcoins bestaan alleen op die plek en vertegenwoordigen niet iets anders, dus de bitcoin-blockchain is de enige waarheid over wie wat bezit. Maar dat wordt anders zodra we het niet meer over bitcoins hebben, maar over coins die iets anders vertegenwoordigen: onroerend goed, aandelen, kentekens of wat dan ook in de echte wereld. Mensen maken fouten, dus op enig moment gaat de registratie afwijken van de werkelijke situatie. In een blockchain-wereld is er dan geen partij meer waar je heen kunt stappen om de fout recht te laten zetten. Behalve de rechter.

Maar dit is allemaal klein bier vergeleken met wat smart contracts aan juristenwerk gaan veroorzaken. Smart contracts zijn, in hun simpelste vorm, opdrachten of voorwaarden die je kunt meegeven aan transacties. “Deze transactie mag worden uitgevoerd als personen X en Y hem hebben goedgekeurd.” Zodra de voorwaarden betrekking hebben op gebeurtenissen in de buitenwereld, heb je hierbij een arbiter (ook wel: orakel) nodig die door alle partijen geaccepteerd wordt en die beslist of aan de voorwaarden is voldaan. Het construeren, certificeren en controleren van deze orakels (het zullen meestal geen mensen maar datafeeds zijn) is werk voor, onder andere, juristen.

Smart contracts kunnen nog een stuk ingewikkelder zijn in een ecosysteem dat daarvoor speciaal bedoeld is, zoals Ethereum. In Ethereum is het mogelijk om hele regelsystemen te programmeren op de blockchain. Je kunt dan de statuten, reglementen en andere beslisregels van een “digitale autonome organisatie” als het ware “in beton gieten”. De computercode bepaalt wat er in een bepaalde situatie gebeurt; “code is law”. Het gevaar daarvan bleek toen een “hacker” miljoenen stal van de eerste volledige digitale autonome organisatie, The Dao genaamd. Hij deed dat door gebruik te maken van de code op een manier die de opstellers duidelijk niet bedoeld hadden.

Als in de pers bericht wordt over “hacken”, dan gaat het in negentig procent van de gevallen precies hierover: mensen maken gebruik van de mogelijkheden in computercode op een manier die niet de bedoeling was. Is dat dan een misdrijf?

In de normale wereld is de wet meer dan computercode. Code is a-moreel: als het kan, dan mag het. De wet heeft juist wel een moreel aspect. De rechtspraak houdt rekening met context en intentie. “Code is law” is niet vol te houden buiten het digitale domein. Dus het is niet moeilijk te voorspellen dat mensen die benadeeld worden door een onbedoeld gebruik (“hack”) van een Ethereum-contract, naar de rechter zullen stappen. En dit is waar ik het meeste werk voor juristen verwacht: in dit soort ingewikkelde smart contracts. Hopelijk bij het opstellen van de contracten en het beperken van de werkingssfeer ervan, en anders bij het uitvechten van de onvermijdelijke schadeclaims.

O ja. Dat akkefietje met The Dao? De Ethereum-gebruikers hebben in een nogal omstreden procedure besloten om de “hack”, en dus ook alle transacties na de hack (want zo werkt dat in een blockchain) terug te draaien. Ten koste van een schisma in Ethereum-land en een ernstig verlies aan vertrouwen in de munt. Dat kun je dus niet te vaak doen.

ronald

Over economie, innovatie, ondernemerschap, politiek, pizza's en heel soms voetbal. Op persoonlijke titel. Ik heb trouwens geen andere.