Een social enterprise gaat terug naar de werkelijkheid

Vroeger, voor de industriële revolutie, was alles en iedereen heel direct met elkaar verbonden. De bakker in het dorp moest goede kwaliteit leveren tegen een faire prijs, anders ging hij het niet redden. Maar hij moest ook fair zijn tegen zijn leveranciers, zijn knechten en zijn buren, want die woonden ook in het dorp en waren ook zijn klanten, evenals hun families, vrienden en kennissen.

Kort gezegd: de bakker moest van waarde zijn om te kunnen voortbestaan.

De industriële revolutie bracht een enorme schaalvergroting. Directe verbindingen waren lang niet altijd meer mogelijk en werden vervangen door proxies. Advertenties en marktonderzoek als proxy voor praten met je klanten. Een sociaal jaarverslag als proxy voor praten met je buren. En de grootste proxy van allemaal: geld in plaats van waarde.

Nu de wereld weer een dorp is, en alles en iedereen weer continu en direct met elkaar in contact staat, wordt het tijd om de proxies overboord te zetten en ons te herinneren hoe het eigenlijk ook al weer werkte. Mensen, bedrijven en overheden zullen zich grondig en voortdurend moeten afvragen hoe ze optimaal van waarde kunnen zijn.

Dat is wat we bedoelen met die term ‘social enterprise’. Een organisatie die beseft dat de proxies niet de werkelijkheid zijn. Die een antwoord heeft op de vraag  ‘What’s it for?’, zoals Seth Godin het onlangs nog formuleerde.

Social media kunnen helpen om ‘social’ te worden als bedrijf. Maar voor hetzelfde geld worden likes, mentions en followers weer nieuwe proxies.