Column in tijdschrift VMHP – het professionele politie platform

Op verzoek van de redactie van de VMHP schreven we een column over de onwenselijkheid om individuele agenten te verbieden te twitteren. De column is een aanpassing van een blogpost die hier al eerder verscheen.

VMHP, 11e jaargang, nummer 2, maart 2013PDF van het artikel in VMHP, 11e jaargang, nummer 2, maart 2013

“Ik voorspel woede over het vonnis”, waarom meer mensen actief moeten worden op Twitter

– Door Lykle de Vries en Ronald Mulder, Thesis One.

De vorming van een Nationale Politie heeft recent weer discussies aangewakkerd over de vrijheden versus risico’s die verbonden zijn met het gebruik van social media door individuen in de politie-organisatie.

“De praktijk heeft pijnlijk kenbaar gemaakt wat een verkeerd geïnterpreteerde Tweet kan veroorzaken. Kamerleden die een misstap maken, politiecommissarissen die een waardeoordeel geven, of raadsleden die de plank misslaan, zijn slechts enkele voorbeelden. De voorbeelden maken wel duidelijk dat het gebruik van Twitter binnen het publieke domein voor een uitdaging stond en nog steeds staat.” – Jochem Koetsveld en Roy Johannink

En natuurlijk gaat het niet alleen om verkeerde interpretaties: een agent die een foto van een dief via Twitter publiceert, schendt eenvoudigweg de privacy van een burger en beïnvloedt de strafmaat mogelijk ook nog eens op een ongewenste wijze.

is de oplossing dan om de persoonlijke twitteraccounts van agenten te gaan vervangen door beter te controleren teamaccounts? Nee, wij denken van niet. Mensen voeren gesprekken, team-accounts kunnen eigenlijk alleen maar mededelingen doen. Wanneer je spreekt namens een organisatie kun je bijna niet meer argumenteren, maar slechts zeggen “hoe het is”. Een individu heeft meer ruimte om in gesprek te gaan, en uit te leggen wat in een specifieke situatie het verschil maakt.

Vooropgesteld dat men weet wat de kracht en de risico’s van het instrument zijn (check de informatie op www.infopuntveiligheid.nl), vinden wij eigenlijk dat nog meer politiemensen actief zouden moeten worden op social media. Het is, afgezien van op straat aanwezig zijn en in gesprek gaan met de burger, de allerbeste manier om in contact te komen en te blijven met de mensen voor wie de politie er moet zijn.

De afgelopen weken werd nog een andere reden duidelijk: experts worden node gemist in de publieke discussie. Want of het nu gaat om uitgaansgeweld of om treinen die niet rijden, om Griekenland of om bultruggen: de publieke discussie wordt gevoerd op de sociale media. Niet in de krant, niet in het parlement, maar op Twitter en in de reactiepanelen van Geenstijl. En als daar niemand is die met verstand van zaken tekst en uitleg geeft, dan ontstaat er een enorme kloof tussen ‘het volk’ en de werkelijkheid.

Neem de ‘acht van Eindhoven’. De algemene opinie onder de ‘reaguurders’ op Geenstijl en De Telegraaf is dat we in Nederland helaas geen lijfstraffen kennen en dat de acht jongens dan maar langdurig opgesloten moeten worden. De angst is dat ze er met een taakstrafje vanaf komen. En er zijn genoeg redenen om aan te nemen dat dat laatste precies is wat er gaat gebeuren, in ieder geval voor de meerderheid van de verdachten. Want: minderjarig, niet daadwerkelijk deelgenomen aan geweld, geen eerdere contacten met justitie en al zwaar gestraft door de naming and shaming die nu plaats heeft gevonden. Omdat er geen jurist te bekennen is die dit nu alvast even uitlegt, wordt de basis gelegd voor de golf van woede en verontwaardiging die straks zal losbarsten, als het vonnis bekend wordt.

Er is op de sociale media geen gebrek aan boze burgers met een mening. Er is wel een enorm tekort aan juristen, economen, artsen en andere experts die durven uit te leggen waarom de dingen gaan zoals ze gaan. Of bijvoorbeeld de buurtregisseurs die context en duiding kunnen geven aan lokale gebeurtenissen.

Wie het wel aandurft kan zich op een eenvoudige manier profileren en bovendien het gesprek een stuk interessanter maken. En die kans zou het korps Nationale Politie zichzelf niet moeten ontnemen door met anoniemere team-accounts te gaan werken.

Bronnen: