Vergeet Bitcoin, maak je eigen gemeenschapsgeld

Even los van de bubble: waarom vind ik Bitcoin een interessant experiment, zoals ik eerder deze week schreef? Omdat er eindelijk weer eens over geld wordt nagedacht. Dat is hard nodig, omdat de huidige crisis in veel opzichten een geldcrisis is. Er is meer dan genoeg werk te doen, maar er is te weinig geld. Overheden bezuinigen, banken lenen niets meer uit en de consument zit op zijn geld omdat hij vreest dat het ergste nog moet komen. Het is dan ook vrij duidelijk dat een deel van de oplossing is dat er meer geld in de economie moet. Helaas is dat, sinds we de euro hebben, niet zo eenvoudig. Ik denk dat er niet meer dan een stuk of tien mensen zijn die kunnen uitleggen hoe de Nederlandse geldhoeveelheid precies tot stand komt, en ik ben er daar niet een van.

Het is in ieder geval een stuk ingewikkelder dan ‘de geldpers laten draaien’ – en dat is met opzet zo, omdat de euro anders niet het vertrouwen van ‘de markten’ zou hebben gekregen. De keerzijde is dat we als samenleving niet meer de baas zijn over het geld dat we gebruiken. Dat is raar, dat is jammer, maar het is ook voorlopig een gegeven – die euro is er nu eenmaal. Het Bitcoin-experiment laat echter zien dat het mogelijk is om geld naast de euro te zetten. Geld is alles dat als betaalmiddel geaccepteerd wordt, zelfs als dat cryptografische tekenreeksen zijn. Om als gemeenschap eigen geld te introduceren hoef je maar twee dingen te doen. Het eerste en belangrijkste is zorgen voor een punt van acceptatie. De favoriete manier daarvoor bij alle overheden sinds de Romeinse keizers is: eisen dat de belastingen in de eigen munt voldaan worden. Het tweede wat je moet doen is de munt in circulatie brengen in een hoeveelheid die ergens op slaat. Bijvoorbeeld door de ambtenarensalarissen er in uit te betalen. De markt zorgt er vervolgens wel voor dat het geld van de ambtenaar bij de bakker, de molenaar, de boer en de belastingontvanger komt.

Ook als je geen overheid bent kun je geld in omloop brengen. Stel je bent een woningcorporatie en je hebt de wens om je woningen een paar energielabels omhoog te brengen. Dan zou je je huurders kunnen vertellen dat isolatie, zonnepanelen en slimme thermostaten te koop zijn voor Buurtmunten (je punt van acceptatie) en vervolgens zou je een lijst kunnen publiceren van klussen en klusjes waarmee Buurtmunten te verdienen zijn (in circulatie brengen). Na verloop van tijd heb je dan energiezuinige huizen, lagere energierekeningen, een opgeknapte buurt en als bonus waarschijnlijk ook nog een toegenomen sociale cohesie.

Of je bent een thuiszorgorganisatie met een tekort aan mantelzorgers. Je zou dan thuiszorg kunnen aanbieden tegen betaling van Zorguren (punt van acceptatie), die mensen kunnen verdienen door zelf mantelzorg te verlenen in hun omgeving (in circulatie brengen). Iemand kan dan een tegoed opbouwen waar en wanneer hem dat schikt en dat tegoed besteden als hij zelf hulp nodig heeft. Of het inzetten om zorg voor zijn moeder, die 200 kilometer verderop woont, te kopen. (In Japan draait een dergelijk systeem al bijna twintig jaar.)

Het zijn slechts simpele voorbeelden, maar als er a) een echte onvervulde behoefte is en b) onbenutte ‘productiecapaciteit’ maar c) geen euro’s om die te betalen, dan kan goed ontworpen ‘gemeenschapsgeld’ uitkomst bieden. Geld is bedoeld om waardecreatie en transacties te faciliteren, niet om ze te frustreren. Als het dat niet doet, wordt het tijd om ander geld te maken.