Drie soorten crypto-geld die we binnenkort gaan zien

Aan de manier waarop bitcoin nu wordt gebruikt in het betalingsverkeer kun je goed zien dat het eigenlijk geen geld is. Verkopers die bitcoin accepteren werken vrijwel allemaal met een payment services provider (psp) als Bitonic, Coinbase of Bitpay. De verkopers stellen een prijs vast in dollars of euro’s en de psp zorgt ervoor dat op het betaalmoment het juiste equivalent in bitcoins getoond wordt. De bitcoins van de klant gaan bij de betaling naar de psp en deze crediteert de rekening van de verkoper in dollars of euro’s. De verkoper loopt op deze manier geen koersrisico op de bitcoins. Hij krijgt ze nooit ‘in handen’. Ziet ze niet, ruikt ze niet, hoeft er verder niets mee. Voor hem is het niet meer dan een betaalmechanisme, net zoals PayPal of Visa.

(Merk op dat de koper nog wel bitcoins moet aanhouden en dus koersrisico loopt en een moeilijke ‘wallet’ moet hebben. Het wachten is op een psp die ook deze kant goed invult. Dat is een beetje een gedoe, omdat je technisch en qua regelgeving moet integreren met allerlei nationale systemen, maar het kan natuurlijk wel. Voor de Nederlandse consument zou dat dan bijvoorbeeld betekenen dat hij wereldwijd met iDEAL kan betalen. De tussenstap via bitcoin krijgt hij idealiter niet eens te zien.)

Bitcoin is dus geen geld, het is een betaalsysteem. Het vervult de functie van medium of exchange, één van de drie klassieke functies van geld. Het is slechts in zeer specifieke omstandigheden een unit of account en al helemaal geen store of value, daar is het veel te volatiel voor.

Wat bitcoin mist is een garantie van de een of de ander dat je de cryptomunt altijd kunt omruilen voor iets anders. Zoals er heel vroeger op de guldenbiljetten stond “De Nederlandsche Bank betaalt aan toonder”. Met bitcoin gaat dat ook nooit gebeuren, maar je kunt je makkelijk cryptocurrencies voorstellen die die eigenschap wél hebben. Als je een gecontroleerde uitgifte en een gegaranderde acceptatie hebt, dan ben je een heel eind op weg naar geld. Drie gedachtenexperimenten:

  1. Lokaal geld. Er bestaan al sinds mensenheugenis lokale geldsystemen naast het officiële geld. Het bekendste voorbeeld op dit moment is waarschijnlijk de Bristol Pound. Een van de redenen van het succes van de Bristol Pound is dat middenstanders er hun lokale belastingen mee mogen betalen – gegarandeerde acceptatie aan het eind van de keten. Als je de Bristol Pound zou uitvoeren in de vorm van een cryptocurrency heb je naast die gegarandeerde acceptatie ook een gecontroleerde uitgifte, een transparante boekhouding, zeer lage uitvoeringskosten, een hele infrastructuur voor online en mobiel betalen en katapulteer je dat hippie-gedoe rechtsreeks de 21ste eeuw in.
  2. Cryptozegeltjes. Als grote winkelketen kun je de cryptocurrency-technologie ook gebruiken om je customer loyalty programma op een efficiënte en eigentijdse manier vorm te geven. Je bent dan zelf zowel het punt van uitgifte (bij elke honderd euro krijg je een cryptozegel) als het punt van acceptatie (je kunt er gewoon mee betalen, in een koers van 1 op 1 met de euro, voor het gemak). Zeker als je een (flink) deel van je omzet online doet, kan dit erg interessant zijn. Merk op: als je dit als lokale middenstanders samen doet, kom je in variant 1 terecht zonder dat je daar een ruimdenkend gemeentebestuur zoals dat van Bristol voor nodig hebt.
  3. Maar waarom zouden we het creëren en in circulatie brengen van (crypto)geld niet kunnen overlaten aan de specialisten? De banken? Het druist nogal in tegen de anarchistische herkomst van cryptocurrencies, maar er is geen enkele reden waarom de Nederlandse banken geen eigen crypto-euro zouden kunnen maken. Met een gegarandeerde waarde van een euro. Grotendeels “ge-pre-mined”, en zo ingeregeld dat het minen aanvankelijk ongeveer een euro per euro kost. Een enorm efficiënte en transparante vorm van e-cash die zowel online als offline te gebruiken is en gewoon binnen alle regels en toezicht valt. Met de eigenlijke boekhouding, de blockchain, uitbesteed aan miners die alleen beloond worden als ze productie leveren – en niet eens door de bank, maar rechtstreeks door de gebruikers. Ik zou het wel weten, als ik bankier was.

Ik ben benieuwd welke van de drie toepassingen we als eerste gaan zien. Technologisch is het allemaal geen probleem. Het is vooral een kwestie van ondernemerschap en durf om te experimenteren en te innoveren.